mgl logo sub
  • Actueel
  • Boeken
  • Schrijver
    • Sciencefiction
    • Fantasy
    • Historisch
    • Non-fictie
  • Schrijfdocent
  • Verhalen
  • Contact
✕
mgl logo sub
✕
  • Actueel
  • Boeken
  • Schrijver
    • Sciencefiction
    • Fantasy
    • Historisch
    • Non-fictie
  • Schrijfdocent
  • Verhalen
  • Contact

Waarom zou je niet-westerse speculatieve fictie lezen?

Net als de meeste Nederlandse en Vlaamse liefhebbers van de speculatieve genres (sciencefiction, fantasy, horror, magisch realisme in brede zin) ben ik opgegroeid met voornamelijk Angelsaksische kost van voornamelijk witte (oude of zelfs overleden) mannen. Heel af en toe een vrouw of een Afro Amerikaan en wellicht een Nederlandse of Vlaamse auteur, maar niet of nauwelijks van daarbuiten. Pas als je dat opvalt, kun je er over na gaan denken. Bij mij kwam die realisatie denk ik relatief vroeg, toen ik me bedacht dat bijvoorbeeld Neuromancer (deels spelend in Japan), River of Gods (spelend in India) en Cloud Atlas (spelend in Korea en Oceanië) allemaal geschreven zijn door witte mannen. Daarbij zou je een discussie aan kunnen gaan over cultuurkaping, maar daar gaat deze column niet over.

Toen ik op zoek ging naar verhalen en boeken van niet-westerse auteurs, bleek dat nog helemaal niet zo eenvoudig. Eigenlijk alleen auteurs uit de verschillende diaspora’s – naar het westen verhuisd, al dan niet vrijwillig – hadden kans om in de westerse wereld uitgegeven te worden.

Inmiddels is er veel meer beschikbaar, uit zo’n beetje alle werelddelen en landen, maar nog steeds wordt er relatief weinig niet-westers uitgegeven in het westen, laat staan in het Nederlands.

Veel lezers roepen dan: “Wat maakt dat uit? Ik kijk niet naar de auteur, ik kijk naar de inhoud: als het boek maar goed is”. En dat is natuurlijk de belangrijkste reden om een boek te lezen. Maar wanneer is een boek goed? Een boek dat onzichtbaar blijft omdat het alleen bij een kleine Nigeriaanse uitgeverij is uitgegeven, kan supergoed zijn. Misschien wel jouw favoriete boek, als je het had kunnen lezen... En wanneer vinden we een boek goed? Als het voldoet aan onze verwachtingen? Of laat je je ook verrassen door andere insteken, andere manieren van verhalen vertellen, andere achtergronden, die wij – opgegroeid op een dieet van westerse culturele normen – misschien niet direct snappen?

Ik kom regelmatig lezers tegen die afhaken bij een niet-westers boek omdat ze de namen van de personages zo gek vinden, dat ze die niet kunnen onthouden, of niet uit elkaar kunnen houden. Dan doe je jezelf toch echt tekort, zeker als lezer van speculatieve verhalen. Wij draaien onze hand toch ook niet om voor elfennamen met allerlei apostrofen en accenten? Of voor aliens en robots met vreemde lettercombinaties en cijfers in hun namen?

Kortom: als je een open blik hebt, valt er veel meer te genieten dan alleen de westerse, witgeschreven boeken.

In de loop der jaren heb ik als lezer en later als scout voor African Literary Agency heel veel verschillende verhalen en boeken uit andere culturen dan de westerse ontdekt. Daarnaast heb ik als samensteller van De komeet, ook in het Nederlandse taalgebied veel geweldige speculatieve verhalen gelezen.

En die verhalen zijn écht anders.

Zoals een serie novelles over non-binaire dictatorskinderen, magie en velociraptors in een Aziatische setting, waar de zon dertig keer per dag opkomt en ondergaat: The Tensorate-serie van de Singaporese Neon Yang (subgenre: silkpunk/ wuxia).

Zoals een verhalenbundel over een toekomstig Irak: Iraq +100 samengesteld door de Iraakse Hassan Blasim (subgenre: sciencefiction).

Zoals een boek over een nachtmerriegod en een succubus die door de oppergod van de Yoruba gedwongen worden in te breken in het British Museum om een magisch gezichtsmasker te stelen: Shigidi and the Brass Head of Obalufon van de Nigeriaanse Wole Talabi (subgenre: urban fantasy/ godpunk).

Zoals een boek over verboden zones waar jaren geleden aliens geland en ook weer verdwenen zijn, waar zogenaamde stalkers door het levensgevaarlijke landschap sluipen om de achtergelaten spullen van de aliens te zoeken om te verkopen: Roadside Picknick van de Sovjet-Russische schrijvers Arkady en Boris Strugatsky (subgenre: dystopische sciencefiction).

Zoals een boek over een vers vermoordde geest die nog zeven dagen krijgt om in zijn Sri Lanka tijdens de burgeroorlog rond te kijken, voor hij – al dan niet – gereïncarneerd wordt: The Seven Moons of Maali Almeida van de Sri Lankaanse Shehan Karinatulaka (subgenre: magisch realistische satire).

Zoals een trilogie over een wrokkige keuze tijdens de Culturele Revolutie in China, met ver, vérstrekkende gevolgen voor het menselijk ras (en een verklaring voor de Fermi paradox): The Three-Body Problem van de Chinese Cixin Liu (subgenre: sciencefiction/ first contact).

 

Natuurlijk zijn er nog veel meer schrijvers en boeken te noemen, zowel uit de niet-westerse wereld, als uit de diaspora en ik daag jullie uit om jullie favorieten te noemen (heel benieuwd!).

Wat deze verhalen anders maakt, is dat de opvoeding, achtergrond, cultuur en religie van de auteurs anders is dan wat Nederlanders en Vlamingen gewend zijn. Wij kennen de Noordse, Romeinse, Griekse en Egyptische mythologieën, de westerse historie, de middeleeuwse, renaissance en verlichtingsideeën, de worstelingen van de industriële revolutie, wereldoorlogen, koude oorlog et cetera... maar altijd vanuit het westers perspectief. Hoe kijkt een Chinees, Nigeriaan, Braziliaan, Ghanees, Japanner, Tonganees, Indonesiër, Nepalees of Palestijn tegen die geschiedenis aan? Of staat die geschiedenis helemaal niet op haar of zijn netvlies? Zijn de westerse normen en waarden van zelfde toepassing, of gelden er andere regels?

Het antwoord is vaak: nee, zij hebben andere prioriteiten en interesses en vinden andere onderwerpen belangrijk. En dat levert dus heel andersoortige verhalen op. Als je als inwoner van een voormalig gekoloniseerd land schrijft over ruimtevaart en het ontdekken van andere planeten, zou je dan het woord ‘koloniseren’ gebruiken? Als jouw voorouders niet opgegroeid zijn in een monotheïstische godsdienst, maar als zij deden aan voorouderverering, of geloofden in natuurkrachten of een uitgebreid pantheon van goden, werkt jouw magie- en godensysteem dan ook niet anders? Als jouw omgangsvormen intrinsiek anders zijn dan die wij ‘normaal’ vinden in Nederland, dan levert dat andere verhalen op, compleet met volkomen andere vertelstructuren, plot-twists en wereldbouw.

Voor mij is dat enorm genieten: verrast worden, nieuwe dingen ontdekken, andere culturen ontdekken en ervaren, verscheurd worden door emoties die je niet gedacht had te voelen. In de ‘normale’ literatuur is dat al een geweldige ervaring, maar in de speculatieve genres is het helemaal een sublieme toevoeging.

Deze column verscheen eerder in de ScienceFiction & Fantasy Boekenclub op Facebook.

Martijn Lindeboom en Debbie van der Zande werken al jaren als scouts en editors voor African Literary Agency (ALA) van literair agent Bieke van Aggelen. Ze zijn gespecialiseerd in speculatieve verhalen van het Afrikaanse continent en hebben meerdere auteurs begeleid naar internationale erkenning en succes.

Martijn Lindeboom leest speculatieve fictie uit zoveel mogelijk landen en culturen. Wat is het belang van niet-westerse auteurs en boeken?

Delen

Related posts

27 januari 2026

Epic & Enchanting: groot succes!


Meer
12 januari 2026

Middag van het Fantastische Boek


Meer
27 december 2025

Lezen is goed voor je – kwartaal 4


Meer
Martijn Lindeboom 2026